Nadat ik gegaan was leefde ik in angst en onzekerheid. Mijn lijf was onrustig en mijn hoofd zat vol. Ik werd geplaagd door nachtmerries wat maakte dat ik niet tot rust kwam. Alles in mij schreeuwde het uit tot de dag kwam dat er stilte kwam.
Het schreeuwen diep in mij
is opgehouden
het is stil
heel stil
en dat is beangstigend
lang niet zo stil geweest in mij.